Wat als je het niet meer weet: de ontbrekende herinnering aan seksueel misbruik.

Lege goudkleurige sierlijke fotolijsten voor een blauwe achtergrond die vergeten herinneringen symboliseren

Ik probeer het me voor te stellen: te weten dat het is gebeurd, maar het je niet te herinneren. Het lijkt een zegen en een vloek tegelijk. Hoe vaak wenste ik niet dat ik het me niet kon herinneren. Die ontmoeting met het lot in de polder. Die beelden. Zijn gezicht dicht bij het mijne. Maar hoe leef je verder met een ontbrekende herinnering? Als je wakker wordt op een plek waarvan je niet weet hoe je er kwam. Als je pijn hebt op plaatsen waar je geen handen had uitgenodigd. Als er kleding ontbreekt die je nog aan dacht te hebben.

Een onvoorbereide leegte

Er zijn verschillende situaties waarbij de herinnering aan misbruik ontbreekt, terwijl er aanwijzingen zijn dat er iets is gebeurd. Soms was iemand te jong om het later te herinneren. Soms heeft iemand alcohol, medicatie of andere middelen gebruikt.

Drogering kan het opslaan van herinneringen verstoren. Iemand kan op het moment nog praten en bewegen, maar zich achteraf niet herinneren wat er is gebeurd. Op de website van drugsinfo, van het Trimbos-instituut, staat dat geheugenverlies en blackouts symptomen kunnen zijn van drogering met bijvoorbeeld GHB of benzodiazepinen.

Losse puzzelstukjes kunnen mogelijk een tragische gebeurtenis blootleggen. Een verhaal van iemand anders. Een appje van een onbekende. Wakker worden op een plek die je niet kent. De vragen blijven in de lucht hangen en vragen om antwoorden die niet terug te vinden zijn in het eigen geheugen. De puzzel is soms moeilijk te leggen.

Onzekere zekerheid

Er was niks onzekers aan mijn ervaring. De herinneringen waren glashelder. Toch voelde ik me onzeker vanwege de onwerkelijkheid van wat er gebeurd was. Dit is echter heel iets anders dan de onzekerheid van het ‘niet-zeker-weten’. Het wel voelen ‘dat’ er iets is gebeurd, maar niet weten ‘wat’, voegt een extra laag van onzekerheid toe.

Als iemand wel zeker weet ‘dat’ maar niet weet ‘wat’ er is gebeurd, is de behoefte aan antwoorden heel begrijpelijk. Toch zijn er vooral gesloten deuren; in het geheugen, maar ook in praktisch onderzoek naar de gebeurtenis. Een ontbrekende herinnering maakt onderzoek ingewikkeld. Als er geen beelden zijn, geen getuigen en geen concrete herinneringen: waar begin je dan? Hoe onderzoek je een vermoeden wanneer juist de informatie ontbreekt die nodig is om te reconstrueren wat er is gebeurd?

De twijfel van anderen

Naast dat iemand iets verwarrends heeft meegemaakt, krijg je ook te maken met de omgeving. Mensen kunnen vragen stellen, bagatelliseren en er een eigen verhaal van maken. Ook mensen die je het vertelt, kunnen moeilijk omgaan met onzekerheid en onduidelijkheid, net als jij. We hebben als mens nu eenmaal behoefte aan een compleet en afgerond verhaal. Het uitblijven daarvan vinden wij ingewikkeld. Reacties van de omgeving kunnen werken als katalysator voor extra onzekerheid. Je kunt gaan denken dat het aan jou ligt, dat je het misschien groter maakt dan het is. Het is heel begrijpelijk dat die twijfel ontstaat, maar dat maakt het nog niet terecht. Je hebt – met of zonder herinnering – recht op steun en serieus te worden genomen. En ook op hulp. Niemand zou je moeten vertellen wat jij je moet herinneren.

Terugvinden van de herinnering

Het is belangrijk om voorzichtig om te gaan met het reconstrueren van de herinnering. Ook binnen therapie. Suggestieve vragen en therapietechnieken die op zoek gaan naar herinneringen aan een veronderstelde gebeurtenis kunnen bijdragen aan het ontstaan van onjuiste herinneringen. In het boek ‘Ik vraag dit voor een vriend(in)’ benadrukken de auteurs dat een therapeut niet gericht is op waarheidsvinding, maar op het ondersteunen van iemands welzijn. Een therapeut hoeft geen ontbrekende herinnering in te vullen of te onderzoeken wat er precies is gebeurd om iemand te kunnen helpen bij klachten en onzekerheid.

En natuurlijk wil je nog steeds graag een punt waar nu het vraagteken staat. Natuurlijk wil je antwoord op vragen. Het ontbreken van een herinnering bewijst op zichzelf niet wat er wel of niet is gebeurd. Misschien zit de bevrijding niet in het vinden van alle antwoorden, maar in het omgaan met het niet weten. Hoe moeilijk ook.

Artikel door Sarah Tuling

Sarah Tulling (1982) is afgestudeerd toegepast psycholoog en werkt als casemanager bij Centrum Seksueel Geweld (CSG) in West-Midden Brabant. Ze ondersteunt slachtoffers van seksueel geweld. Niet alleen vanuit haar vak, maar ook vanuit persoonlijke ervaring. In 2022 kwam haar boek ‘Waarom reed je door de polder?’ uit, waarin ze vertelt over haar eigen worstelingen als slachtoffer en hulpverlener, maar daarnaast hoop geeft op een leven na seksueel geweld. Sarah schrijft regelmatig voor Fabriek69 over verschillende thema’s en actualiteit met betrekking tot seksualiteit en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Portret van Sarah Tuling. Witte vrouw met bruin half lang haar, tegen achtergrond buiten met bomen